Nieuwe inzichten over maatschappelijke opgavenetwerken direct in je inbox? Schrijf je in voor de nieuwsbrief .

Teal deur-icoon op paarse achtergrond — cover bij blog over opgave en opdracht in samenwerkingsnetwerken

De deuren staan open. Maar gaat er iemand naar buiten?

April 14, 20264 min read

Jouw opgave past niet in een koker. Dat klinkt simpel, maar het zit diep. Opgaven als energietransitie, sociale ongelijkheid, gezondheid in de wijk, democratische vernieuwing zijn van nature horizontaal. Ze overstijgen organisaties, sectoren, financieringsstromen. Ze vragen om samenwerking die dwars door bestaande structuren beweegt.

Maar die structuren zijn verticaal. Financiering loopt verticaal. Verantwoording loopt verticaal. Carrières ook. Wie horizontaal wil werken, fietst door een systeem dat daar niet voor is gebouwd. En dat merk je bij elke bocht.

Vorige week organiseerde ik met PGM Open een workshop over het bouwen aan netwerken, platforms en ecosystemen. We kwamen bijeen met veertien programma- en opgavemanagers: mensen die dagelijks in die spanning bewegen. Onder het gesprek lag steeds dezelfde vraag: werken wij nog aan de opgave, of zijn we onderweg de opdracht gaan uitvoeren?

Opgavegedreven of opdrachtgestuurd?

Een opgave heeft geen eigenaar, geen eindpunt, geen oplossing. Ze is te bewegen. Wie vanuit een opgave werkt, begint bij een gevoel van urgentie: een vraag die niet weggaat, een probleem dat niemand alleen kan dragen. Dat is persoonlijk, en het was er al voordat er een structuur of netwerk ontstond.

Een opdracht komt van buitenaf: een opdrachtgever, een format, een financier, een politiek-bestuurlijk kader dat bepaalt waar het over mag gaan en wie mag meedoen.

Dat is op zichzelf niet slecht. Mensen die vanuit een organisch gegroeid netwerk aan een opgave werken, hebben soms opdrachten nodig om een stap verder te komen. Om financiering of capaciteit binnen te halen, om de opgave concreter te maken. Een opdracht kan een hefboom zijn, mits de opgave de drager blijft.

De deur als spiegel

Hoe dat in de praktijk werkt, liet een gesprek me zien dat ik kort na de workshop had. Iemand vertelde over de opgave om mensen met dementie te laten leven in wat ze nog kunnen, in wat hun vertrouwd is. De concrete uitwerking: staan de deuren van de instelling open of gesloten?

Dat klinkt als een operationeel besluit. Maar achter die deur zit de hele opgave.

Zorgverleners zetten de deuren open. Dat past bij de bedoeling. Tegelijk zijn sommigen stil blij dat weinig bewoners daadwerkelijk naar buiten gaan. Niet uit gemak, maar uit zorg: buiten kan er iets met hen gebeuren. Binnen kunnen ze hen zien. Die spanning verdwijnt niet als je de deur openzet. Ze verplaatst zich van de vraag of de deur open mag naar de vraag wat je doet als iemand daadwerkelijk naar buiten loopt.

De deur openzetten is een opdracht in dienst van de opgave. De opgave zelf is groter, grilliger en weerbarstiger dan welke deur dan ook. Wie alleen naar de deur kijkt, verliest de bewoner uit het oog. Dat is het moment waarop opdrachten de opgave gaan vervangen: als de deur niet meer een middel is maar het doel, als het halen van KPI's belangrijker wordt dan de vraag waarvoor ze ooit zijn bedacht.

De vraag die niet weggaat

Staat de opgave nog centraal in wat jij doet, of heeft de opdracht haar langzaam verdrongen?

Ik ken kwartiermakers en programmamanagers die begonnen vanuit diepe persoonlijke urgentie. Een sector die ze wilden veranderen, een probleem dat hen wakker hield. Na drie jaar subsidierondes, stuurgroepvergaderingen en voortgangsrapportages merkten ze dat de oorspronkelijke beweging ergens verloren is gegaan. Het samenwerkingsverband functioneert. De KPI's worden gehaald. Maar de energie is anders. Mensen zijn aanwezig maar innerlijk elders. De vergaderingen kosten meer dan ze opleveren.

Het sluipt in een netwerk. Stilletjes, terwijl het systeem aan de buitenkant blijft draaien.

Wat helpt, is die vraag blijven stellen en telkens terugkeren naar de bedoeling. Daarbij is een 'doel' iets wat je kunt halen. Een bedoeling is iets wat je kunt dienen.

Op individueel niveau: wat drijft mij hier nog, echt? Is de laag van persoonlijke urgentie nog aanwezig, of ben ik hier inmiddels om andere redenen?

Op collectief niveau: herkennen wij nog een gedeelde opgave, of werken we samen vanuit een gedeeld format? Is de taal die we gebruiken onze eigen taal, of de taal van de financier? Voelen we eigenaarschap over de richting, de spelregels, het verhaal?

Die vragen zijn geen kritiek op opdrachten, financiers of structuren. Ze zijn een kompas voor wie wil dat het samenwerkingsverband levend blijft.

Waar staat jouw netwerk?

In de workshop gebruikten we een fasescan om precies die vraag te stellen: in welke fase bevindt jouw samenwerkingsverband zich, en wat vraagt die fase nu van jou? De sheets zijn hier te bekijken en te downloaden.

Een levend netwerk heeft niet altijd een nieuwe fase nodig. Soms volstaat het om eerlijk te kijken naar de fase waarin het al zit. En de vraag te stellen die er al een tijdje onder ligt.

Eén gesprek voeren dat je al lang wil voeren. Eén vraag stellen die onder de agenda ligt. Eén keer eerlijk nagaan of de opgave nog centraal staat.

Klein genoeg om te beginnen. En groot genoeg om iets te bewegen.

Wil je dat samen doen? Op 21 mei organiseer ik een open workshop in Utrecht. Een halve dag werken met het groeimodel, afgestemd op jouw netwerk en situatie. Je vindt alle informatie op opgaveplatform.nl/aanbod.

opgaveopdrachtnetwerksamenwerkingprogrammamanagerbedoelinglevende netwerken
Back to Blog

Werk je aan een maatschappelijke opgave waarin samenwerking begint te veranderen?

Veel netwerken bereiken een punt waarop bestaande structuren niet meer goed passen bij wat ontstaat. Met het groeimodel brengen we in kaart waar het netwerk nu staat, wat begint te wringen, en wat nodig is voor een volgende fase.